We leven in een prachtige tijd. Een tijd waarin alles kan, alles mag en waarin de grenzen van de logica definitief naar het grofvuil zijn verwezen. Kortom, we leven in een tijd waarin het lijkt alsof het overgrote deel van de mensheid compleet gestoord is geworden.
Als jij morgen wakker wordt en besluit dat je eigenlijk een staande schemerlamp met een oud-Hollands geborduurd oranje of roze kapje bent, dan zeg ik: leef je uit en stoor je vooral niet aan mij. Steek de stekker in het stopcontact en ga lekker in de hoek van de kamer licht staan te geven.
Zelfs als je besluit een trio aan te gaan met een nijlpaard en een giraf, wens ik je vooral heel veel sterkte bij het verschonen van de lakens. Het maakt mij werkelijk geen bal uit. Al ben je zo blauw als een Smurf; zolang je mij op weg naar de supermarkt niet tegenhoudt, vind ik het best.
Maar er is een grens. En die grens ligt bij de manier waarop ze willen dat ik ze behandel.
Het probleem is namelijk niet dat mensen als schemerlamp willen leven of als langharige blauwe teckel. Het probleem is dat de teckel tegenwoordig eist dat ik mijn hele wereldbeeld, mijn normen en waarden en mijn complete taalgebruik aanpas aan zijn outfit. We moeten ineens allemaal collectief meedoen met de staat van waanzin van een ander.
Ik ben best bereid lid te zijn van de menselijke kudde, maar ik weiger de herdershond te worden die achter elke modieuze trend aanrent.
Neem nou de taalpolitie. Als jij je als biologische man biologisch vrouw voelt: prima. Maar verwacht niet dat als ik jou tegenkom in de kroeg, ik direct „mevrouw” ga koeren tegen iemand met borsthaar waar een gemiddelde tapijtwinkel jaloers op is, klauwen als kolenschoppen en een baard die zó weggelopen lijkt uit de videoclip van Het Smurfenlied van Vader Abraham.
Mijn hersenen haperen gewoon bij die visuele kortsluiting. Ik ben een simpel mens: ik zie een houthakker, dus mijn brein zegt: „Goeiemorgen, kerel.” Dat is geen haat, dat is gewoon biologische logica.
En kunnen we alsjeblieft kinderen gewoon weer kind laten zijn? Laat die kleintjes lekker in de modder wroeten, in bomen klimmen en ruzie maken over het verdelen van snoepjes. Die hoeven echt nog niet op hun zevende na te denken of ze zich vandaag meer een teckel of een lamp voelen.
Echte tolerantie werkt namelijk twee kanten op. Jij mag leven als een paarse teckel of schemerlamp , maar dan moet je ook accepteren dat ik de vrijheid heb om te denken: wat een dorpsgek.
Dus laten we een deal sluiten: jij bepaalt jouw eigen staat van waanzin, en ik de mijne. En als we elkaar tegenkomen, drinken we er gewoon een biertje op. Of een glaasje lampenolie. Wat jij wilt.
Gerard Krispijn