Tering! Ik dacht gewoon even een fris kapsel te scoren bij die nieuwe buitenlandse kapper in Leeuwarden . Maar man, wat een communicatie ravage.

"Kort?" vraagt die gast. Ik denk nog: Ja lul, ik kom hier niet voor vlechtjes. "Ja joh, doe maar lekker kort!" brul ik nog enthousiast. Hij pakt die tondeuse en gaat als een bezetene over die schedel van me heen.

Tot daar aan toe: prima werk. Maar die vent bleef maar naar m’n neus en m’n oren staren alsof er een goudmijn verborgen zat.
Maar voor het echte sloopwerk begon, dacht hij blijkbaar dat we spiritueel moesten connecten. "Massage?" vroeg hij met een blik die het midden hield tussen een seriemoordenaar en een overijverige fysiotherapeut.

Voor ik "nee" kon gillen, hingen zijn klauwen al in mijn schedel. Hij begon mijn hoofdhuid te kneden alsof hij een taai pizzadeeg voorbereidde voor de lunchspits. Op een gegeven moment stonden mijn wenkbrauwen zó hoog dat ik mezelf in mijn eigen nek kon kijken.

Hij kwam ook steeds dichterbij staan; ik voelde zijn warme adem in mijn oorschelp terwijl hij mijn slapen met de kracht van een bankschroef fijnkneep. Ik zat daar verstijfd, starend naar mijn eigen vertrokken smoel in de spiegel, biddend dat hij niet per ongeluk mijn schedelpan zou kraken.

Toen hij eindelijk losliet, wees hij indringend naar m’n gezicht. "Ook kort?"
Ik, nog half in shock van die hersenmassage, dacht aan die drie verdwaalde haren op m'n oren en m'n snor die wel een trimbeurtje kon gebruiken. "Ja, ook kort! Alles kort!"

Nog voor ik met m'n ogen kon knipperen, ramde die vent vier wattenstaafjes in m'n kop. Twee in m'n neus, twee in m'n oren. Die krengen waren besmeurd met een soort vloeibaar beton. Ik zat daar als een soort mislukte walrus in die kappersstoel te wachten op de executie.

Een minuut later zette hij zich schrap. Geen waarschuwing, geen "tel tot drie", niks.
KRRRRTS!
KOLEEEERE Het voelde alsof hij m'n hersenstam via m'n neusgaten naar buiten trok. Ik zag sterretjes, m'n traanbuizen spuugden meer vocht dan de plaatselijke fontein en ik zweer dat ik m'n trommelvliezen hoorde smeken om genade.

Toen de mist in mijn hoofd eindelijk een beetje optrok, durfde ik voor het eerst weer in de spiegel te kijken. Daar zat ik dan. Mijn kop glom alsof hij net in de autowasstraat was geweest en mijn neusgaten stonden zo wijd open dat ik de buitentemperatuur in mijn kleine hersenen kon voelen trekken.

Ik zag eruit als een pasgeboren, geschoren rat die net een zwaar auto-ongeluk had overleefd. De kapper stond erachter te glunderen als een trotse kunstenaar. "Mooi, toch? Alles kort!"

Ik rekende met trillende vingers af, gaf een absurde fooi uit pure angst dat hij anders nog een pot hete hars tevoorschijn zou toveren voor m'n wenkbrauwen, en strompelde de zaak uit.

De volgende keer dat ik "kort" wil, trek ik thuis wel een keukentrapje op m'n kop en vraag ik m’n vrouw met de grasmaaier over m’n kruin te gaan. Dat is een stuk minder traumatisch.

Gerard Krispijn.