Ik heb lang getwijfeld of ik dit wel moest delen. Het is zo persoonlijk en beladen, maar het verhaal van de man die ik lin 2023 in het park ontmoette, laat me simpelweg niet los. We horen vaak over de cijfers en de regels van de afgelopen jaren, maar we vergeten soms de diepe, onzichtbare littekens die het bij mensen heeft achtergelaten. Omdat ik vind dat dit verdriet gezien mag worden, deel ik het hier met jullie.

De diefstal van het afscheid

Ik kwam hem tegen op een dinsdagmiddag, gezeten op een bankje in het park waar de eerste herfstbladeren als verloren herinneringen op het pad lagen. Hij staarde voor zich uit, zijn handen diep in zijn jaszakken begraven. Toen ik naast hem kwam zitten, was het niet de stilte die opviel, maar de zwaarte die om hem heen hing. Zonder dat ik erom vroeg, begon hij te praten.

"Ze heette Martha," zei hij zacht, alsof hij de naam tegen de wind wilde beschermen.
Hij vertelde me over de lockdown. De wereld zat op slot, maar zijn hart werd die dagen letterlijk doormidden gereten.

Martha was ziek geworden in de tijd dat nabijheid een misdaad was geworden. Terwijl hij daar op dat bankje zat, zag ik de pijn weer in zijn ogen schieten: de herinnering aan de ambulancebroeders die haar meenamen, terwijl hij machteloos op de stoep moest blijven staan.

"Ik mocht niet mee," fluisterde hij. Geen laatste handdruk, geen kus op haar voorhoofd, geen gefluisterd 'ik hou van je' in haar oor terwijl de wereld langzaam vervaagde.

Een iPad-schermpje van een paar inch moest de leegte vullen van decennia aan liefde. Martha stierf achter glas, omringd door vreemden in pakken, terwijl hij thuis in een dodelijk stil huis naar de telefoon staarde. "Het is niet het sterven dat zo’n pijn doet," zei hij terwijl hij opstond, "het is de diefstal van het afscheid."

Zijn verhaal liet me niet los. Thuis bleven de woorden over die eenzame man en zijn Martha door mijn hoofd spoken, totdat ze zich vormden tot een gedicht. Een eerbetoon aan de liefde die geen afstand kent, ook al dwongen de regels dat wel af.

Ik heb het gedicht voor hem uitgeprint en bij hem langsgebracht. Hij ontving het met trillende handen. Een paar dagen later vertelde hij me dat het een ereplaats heeft gekregen; het staat nu te pronken op zijn kast, naast de foto van zijn Martha.

Het brengt de nabijheid terug die hem in de laatste uren werd ontzegd. De regels hielden hem buiten, maar de woorden hebben hem weer een beetje met haar verbonden.( Daar ben ik best een beetje trots op)

Het gedicht dat nu bij hem op de kast staat:

De wereld zat op slot, de deuren bleven dicht,
Ik mocht niet naar je toe, niet naar je licht.
Tussen ons in stond een muur van koud glas,
Terwijl ik alleen nog maar bij je zijn wilde, zoals het was.
Geen hand in mijn hand, geen kus voor de reis,
De stilte in huis was de vreselijke prijs.
De regels zeiden "afstand", maar mijn hart riep jouw naam,
Terwijl ik machteloos toekeek, achter het raam.
Maar Martha, luister, de liefde kent geen slot,
Geen wet of geen ziekte maakt onze jaren kapot.
Al werd ons het laatste moment ook ontnomen,
In elke herinnering zie ik je komen.
Je staat op de kast, in een lijst, in een woord,
Een liefde die door geen enkele muur wordt verstoord.
Ik draag je bij me, door het park, door de nacht,
Totdat ik weer bij je ben, waar je op me wacht.

Gerard Krispijn