Afgelopen week waren er weer mensen die dachten mij te beledigen door onder een column alleen maar “wappie” te schrijven. Wat ze daarmee precies wilden bereiken, weet ik niet. Misschien dachten ze dat ik geschokt mijn toetsenbord zou laten vallen. Maar ik heb best wat zelfkennis. Ik weet dat ik een wappie ben. Sterker nog, ik stel mij tegenwoordig gewoon voor als fulltime wappie. Dan hebben we dat ook maar meteen gehad.

Wat een binnenkomer.

Tegenwoordig gooi ik hem er direct uit zodra ik bij een feestje, kerstborrel of waar dan ook word uitgenodigd. En dat doe ik voordat de verplichte drie zoenen zijn gegeven.

Net als vorige week. Ik was uitgenodigd op een feestje van een nichtje van mij. En zoals wel vaker vroeg ze van tevoren heel beleefd:

“Geer, je houdt je toch wel een beetje in, hè? Je hoeft niet op alles zo fel in te gaan.”

Ik vind het direct voorstellen als fulltime wappie zelf een tactische meesterzet. Waar andere gasten de eerste twintig minuten ongemakkelijk staan te hannesen met een glas lauwe cola en praten over het fileleed op de A2, schep ik direct duidelijkheid.

Geen beleefd slapgeouwehoer meer over de warmtepomp of de inflatie. Nee, ik gooi mijn kaarten meteen op tafel.

Als het gesprek straks onvermijdelijk richting CO₂, stikstof of FVD gaat, weet iedereen tenminste meteen in welk vakje ze mij moeten stoppen. Dat scheelt een hoop aftasten en onduidelijkheid.

Het effect is werkelijk schitterend.

Mijn nicht is nog van de ouderwetse kringverjaardag. Die marteling waarbij je verplicht in een cirkel naar elkaars kwalen moet luisteren, verandert acuut in een sociologisch experiment. Zodra het woord ‘fulltime wappie’ valt, zie je de gezichten in de kring veranderen.

Ik zag in mijn ooghoek mijn oom met zijn beige ribbroek al gelijk zijn mobiel pakken. Ik weet bijna zeker dat hij naar NU.nl ging scrollen om “feiten” op te zoeken. Op zoek naar grafieken die hij zelf ook helemaal niet begrijpt.

En dan mijn nicht, die direct naar de keuken vlucht om bitterballen te frituren voordat de vlam in de pan slaat.

Ze is eigenlijk wel blij dat ik mijzelf gelijk als wappie heb voorgesteld. Nu hoeft ze mij niet neer te zetten naast mijn achtvoudig gevaccineerde tante, naast de vingerplant.

En dan hebben wij altijd nog wel iemand ( in dit geval een neefje ) die niets zegt, maar mij wel een knipoog geeft. En die, als ik naar het toilet ben geweest, zachtjes in mijn oor fluistert: “Maar even serieus, dat van die 5G-masten... daar zit wel wat in, hè?”

Het mooie als je je gelijk zo voorstelt, is de tijdwinst.

Vroeger moest je zo’n discussie over de deep state of het World Economic Forum heel voorzichtig opbouwen. Je begon over het weer, gleed langzaam af naar de boerenprotesten en pas na drie bier probeerde je het gesprek te richten op Klaus Schwab.

Nu skip ik de hele intro.

Ik ben Gerard, ik ben fulltime wappie, en ja, ik denk inderdaad dat de overheid ons wil sturen naar een maatschappij waarbij Orwell 1984 een speeltuintje was.

Proost. Doe mij maar zo’n hete bitterbal en een blokje jonge kaas.

En trouwens, hoe verklaren jullie de oversterfte?

Dan wordt het stiller dan op een schoolplein tijdens corona.

Het haalt de spanning volledig uit de lucht. Discussies worden niet meer persoonlijk, want ik heb de olifant in de kamer zelf al een feesthoedje opgezet.

Men verwacht dat ik elk moment een aluminium hoedje uit mijn binnenzak trek, dus alles wat ik daarna zinnigs zeg over de huizenmarkt of het EK voetbal is een pure meevaller.

Dus mocht je binnenkort een verjaardag hebben en opzien tegen het slapgeouwehoer van de Story- en Privé-lezers?

Neem een voorbeeld aan mij.

Val met de deur in huis. Het bespaart je uren aan beleefd knikken, en de bitterballen smaken er niets minder om.

Gerard Krispijn