Ik ben zo terug. Vier woorden. Vier simpele woorden die in de oren van een man klinken als een doodvonnis voor zijn zaterdagmiddag.

Het begon onschuldig. We stopten voor de Kruidvat. Ze had alleen watjes nodig. Of een lippenbalsem. Iets kleins in ieder geval, iets wat niet meer dan dertig seconden in beslag zou kunnen nemen.

Blijf maar lekker zitten, zei ze, terwijl ze de autodeur dichtsloeg met de energie van iemand die een wereldrecord sprint gaat vestigen. Ik ben zo terug.Dat was drie seizoenen geleden.

In het begin ben je nog optimistisch. Je checkt je telefoon. Je scrolt door het nieuws. Je leest dat er ergens in de Stille Oceaan een nieuw eiland is ontstaan door vulkanische activiteit.

Tegen de tijd dat ik mijn eerste gaap onderdrukte, was dat eiland waarschijnlijk al gekoloniseerd en lid van de Verenigde Naties. Na tien minuten treedt de vriesfase in. Omdat de motor uit staat (we denken immers aan het milieu en de portemonnee ) daalt de temperatuur in de auto naar die van een gemiddelde koelcel.

Ik begin zachtjes tegen het stuur te praten. Ik heb de handleiding van de auto inmiddels drie keer gelezen. Wist u dat het dashboardkastje een maximaal draagvermogen heeft van 1,5 kilo? Ik wel. Ik heb ook alle bonnetjes in de asbak op chronologische volgorde gelegd.

Na twintig minuten begin ik de mensen op de stoep te observeren. Ik zie een man met een hond. De hond tilt zijn poot op tegen een lantaarnpaal. Ik voel een intense band met die hond. Wij wachten allebei op iets wat buiten onze macht ligt. Alleen mag hij daarna weer rennen. Ik zit vast in een gordel van schone schijn.

Wat gebeurt er daarbinnen? Is er een geheime club achter de schappen met gezichtsmaskers waar vrouwen samenkomen om de zinloosheid van het mannelijk bestaan te bespreken? Is ze een tweede carrière gestart als vakkenvuller? Of is ze simpelweg veranderd in een zoutpilaar terwijl ze probeerde te kiezen tussen 'Ocean Breeze' en 'Arctic Fresh' douchegel?

Plotseling gaat de winkeldeur open. Daar is ze. Ze loopt alsof ze slechts dertien seconden weg is geweest. Ze zwaait vrolijk. In haar hand draagt ze een tas die groot genoeg is om een kleine pony in te smokkelen.

Zo, dat ging snel hè? zegt ze terwijl ze instapt en de koude buitenlucht mee naar binnen brengt. Heb je je verveeld?Ik kijk naar mijn eigen reflectie in de achteruitkijkspiegel. Ik zie een man die ouder is geworden, wijzer misschien, maar vooral grijzer.

Ik start de motor. Nee hoor schat, zeg ik met een glimlach diep uit de krochten van mijn ziel. Ik was net van plan om hier te gaan wonen.

Zullen we nog even langs de bouwmarkt rijden? vraagt ze. Ik moet alleen even kijken naar gordijnrails. Ik ben echt zo terug.

Ik zet de auto in de achteruit. God sta me bij.

Gerard Krispijn.