De geur van plastic en de boete van twintig gulden

Tegenwoordig drukken we op een knopje. Google fluistert wat we leuk moeten vinden, het scherm licht op en binnen drie seconden start de film. Het is makkelijk. Het is vlekkeloos, maar het heeft geen charme.

Ik mis het. Ik mis de fysieke herinnering aan wat ooit ons wekelijkse uitje was: de videotheek. Een plek waar geluk nog te koop was voor een knaak, als je op tijd was.

Het begon al bij het openen van de deur. Er hing een specifieke, ondefinieerbare geur die nergens anders bestond. Een mix van versleten tapijt, de geur van honderden plastic VHS-hoezen en een vage vleug popcorn. Het was de geur van het weekend.

Binnenstappen was een ritueel. Je liep niet zomaar naar een film; je ging op jacht. Je vingers gleden langs de plastic ruggen. Je pakte een grote, zware doos op, keek naar de schaamteloos overdreven coverart en geloofde elke letter. Geen trailers, geen duizenden meningen van mensen online. Je moest varen op pure intuïtie en blind vertrouwen.

Als de film populair was, liep de spanning op. Je naderde het schap en keek achter de plastic hoes. Lag er een kartonnetje met een barcode? Ja? Succes! Lag er niks? Een gevoel van teleurstelling. Dan moest je iets anders bedenken en eindigde je noodgedwongen met een tweederangs B-film over een moordzuchtige auto, simpelweg omdat je niet met lege handen naar huis wilde.

En wie herinnert zich de baliemedewerker nog? Meestal een student met een net iets te coole muzieksmaak, die zwijgend je ledenpasje scande. Geen computeralgoritme kon tippen aan de zeldzame knik van goedkeuring die je van hem kreeg als je een écht goede film op de toonbank legde. Het voelde als het winnen van een Oscar.

Tegelijkertijd was de videotheek een plek van sociale controle en lichte schaamte. Iedereen herinnert zich het mysterieuze, ietwat ranzige kralengordijntje achterin de zaak. De '18+-hoek'. Je keek er als tiener met een schuin oog naar, hopend dat de deur openwaaide, terwijl de lokale bakker er met een rood hoofd naar binnen glipte alsof hij een spionnenopdracht uitvoerde.

We dachten dat we vrij waren, maar de videotheek regeerde met ijzeren vuist. We accepteerden de psychologische terreur van de sticker: “wees vriendelijk, spoel terug”. Deed je dat niet? Dan wachtte je de minachting van de volgende huurder. En wie heeft er nooit zwetend aan de balie gestaan omdat een film drie dagen te laat was, waardoor de boete inmiddels hoger was dan de economische waarde van de hele videoband? Je betaalde die twintig gulden met het schaamrood op de kaken.

We zijn iets kwijtgeraakt in onze jacht naar gemak. We hebben de gezonde spanning ingeruild voor directe, luie bevrediging. Het plezier van het misgrijpen, het risico van een grandioze miskoop en het geluk van die ene onverwachte parel: het is allemaal verdwenen.

De videotheken zijn bijna allemaal verdwenen, vervangen door onzichtbare datastromen. Maar in mijn herinnering loop ik er nog wel eens binnen. Dan hoor ik het zachte gekletter van de plastic hoezen, zie ik de bakker weer achter het gordijntje verdwijnen en voel ik weer die ouderwetse, pure opwinding van een weekend dat nog helemaal openligt.

Gerard Krispijn