Wat is het mooi bedacht aan de tekentafels in Den Haag: de Participatiewet.

Iedereen doet mee. Wie een bijstandsuitkering ontvangt, steekt de handen uit de mouwen en doet iets terug voor de samenleving. Een kwestie van fatsoen, toch? Maar wie vandaag de dag achter de echte bedoeling van deze wet kijkt, ziet een minder fraaie werkelijkheid.

De wet die bedoeld was om kwetsbare mensen te helpen, is een verdienmodel geworden voor een leger aan commerciële zakkenvullers. Welkom in de participatie industrie.

Vroeger had je de sociale werkvoorziening en de dagbesteding. Plekken waar mensen met een fysieke of verstandelijke beperking in hun eigen tempo werkten. Het ging om structuur, om erbij horen, om menselijk geluk. Maar die veilige havens zijn kapotgemaakt door de marktwerking.

Nu worden deze mensen gekeurd door kille systemen. Kun je op papier nog één postzegel per minuut plakken, een kartonnen doos vouwen of een washandje opvouwen? Hoppa, gefeliciteerd: u bent 'arbeidsgeschikt'. Inpakken of vouwen, kreng.

Maar wie wordt hier nu écht beter van? Niet de man met voortdurende rugklachten die met angstzweet op zijn voorhoofd dozen staat te sjouwen of washandjes moet vouwen om zijn uitkering niet te verliezen. Nee, de echte winnaars van de Participatiewet dragen nette pakken, geen werkoverall.

Terwijl de bijstandsgerechtigde vecht tegen de bureaucratie en de keuringsarts van het UWV, stroomt het publieke geld met bakken tegelijk naar commerciële re-integratiebureaus. Zij strijken duizenden euro's per cliënt op om mensen van de ene vage sollicitatietraining naar de andere nutteloze 'competentietest' te loodsen.

Het is een vicieuze cirkel van zinloze trajecten. Vindt iemand een baan? Dan casht het bureau een bonus (en niet te weinig ook). Valt diegene na drie maanden doodop weer uit? Geen probleem, dan mag het bureau gewoon opnieuw beginnen aan een nieuw, zwaar gesubsidieerd traject.

En dan hebben we de private werkgevers nog. Distributiecentra en verpakkingsgiganten draaien tegenwoordig als een tierelier op zwaar gesubsidieerde arbeid. Dankzij de loonkostensubsidie betaalt de belastingbetaler tot wel 70 procent van het loon van deze kwetsbare werknemers. Tel daar de no-riskpolissen bij op (waarbij de overheid opdraait voor de kosten als de werknemer ziek wordt) en je hebt als bedrijf de ultieme natte droom: bijna gratis arbeidskrachten.

Het is de omgekeerde wereld. De overheid dwingt de zwaksten in onze samenleving tot productie onder het mom van 'meedoen', terwijl commerciële tussenpersonen, detacheerders en slimme ondernemers de winst pakken. Subsidies die bedoeld zijn om mensen te ondersteunen, verdwijnen in de zakken van aandeelhouders en managers.

De Participatiewet is mislukt omdat de menselijke maat is vervangen door een papiertje waarop staat dat je, ondanks dat je eigenlijk niet meer kunt werken, door het UWV geschikt wordt bevonden voor werk dat je afstompt. Wisten jullie dat meer dan de helft van de mensen die gedwongen worden washandjes te vouwen, mensen zijn die vaak al meer dan veertig jaar hebben gewerkt? Nee, dat zeggen ze niet in de staatspropagandamachine. Daar doen ze net alsof iedereen gewoon te lui is om te werken, maar het tegendeel is waar.

Het is hoog tijd dat we stoppen met het spekken van de participatie-industrie en het geld weer gaan uitgeven aan waar het écht voor bedoeld is: een fatsoenlijk vangnet en échte, beschermde zorg voor de mensen die dat hard nodig hebben, zonder dat daar een commercieel bureau aan hoeft te verdienen.

Dus krijgt u een aanbieding van een of ander bureau om uw boek of andere zaken goedkoop te laten inpakken, denk dan eens na en zeg nee. Geef mensen een eerlijke kans.

Gerard Krispijn