Daar sta ik dan. Jumbo-tas in de linkerhand, autosleutel in de rechterhand. Ik ben nog even aan het nadenken of ik nu wel of niet dat pak melk hebt gekocht… en dan hoor ik een stem over de parkeerplaats:
“HEY GERARD!!”
ik draai me om. Automatisch, want tja , ik heet nu eenmaal Gerard . Er komt een man op je afgestormd met de energie van een jonge labrador met ADHD die net een tennisbal ziet.
Hij glimt.
Zijn ogen glimmen.
Hij kent mij. Blijkbaar houdt hij van mij.
Ik kijk naar hem. Mijn hersenen schakelen direct over naar de paniekfase. Mijn harde schijf tussen mijn oren begint te ratelen als een gek.
Wie is dit?
Is het een oud-collega?
Een verre achterneef?
De man die vorig jaar mijn tuinpad heeft gelegd?
Maar ik ben een beleefde Nederlander. Dus wat doe ik?
Ik lieg.
Met mijn hele gezicht.
“Hééééé hallo!” roep ik terug, alsof ik mijn verloren beste kameraad tref.
En dan word alles nog erger.
“Lang geleden man! Zit je nog op de vrachtwagen? En woon je nu in Grou? Wat leuk om jou weer te zien! Waren mooie tijden vroeger, hè? Hoe gaat het met je vrouw?”
Op dat moment stort mijn hele wereld in.
De paniek slaat toe. Deze wildvreemde man kent mijn hele leven.
Hij weet wat voor werk ik deed.
Hij weet waar ik woon.
Hij weet dat ik getrouwd ben.
Dit is geen vage kennis… dit is de biograaf van mijn leven.
Ondertussen draait mijn brein overuren. Vrachtwagen? Ja, dat klopt. Grou? Ja, daar woon ik. Mooie tijden? Vast wel… maar ik weet er niks meer van.
Mijn geheugen heeft blijkbaar ergens rond het jaar 2015 de boel grondig leeggehaald.
Het ergste was: ik kon na dertig seconden meelullen niet meer zeggen:
“Sorry, maar wie ben jij eigenlijk?”
Die afslag had ik gemist.
Dat station ben je voorbij gereden met driehonderd kilometer per uur. Als je dat nú nog zegt, breek je zijn hart. Dan stort die man volledig in elkaar naast de winkelwagentjes.
Dus wat doe ik?
Ik kies voor de tactiek van de ‘vage politicus’.
Ik geeft antwoorden waar ik alle kanten mee op kan:
“Ja, druk hè!”
“Ja, wat vliegt de tijd toch, hè? Ongelooflijk hè?”
“Met mijn vrouw gaat het z’n gangetje, ja! Rustig aan, hè!”
Ik knik alsof ik het helemaal snap.
ik lach om grappen waarvan ik de clou niet begrijp.
ik bent de koning van de toneelschool.
Ik bent undercover in mijn eigen leven.
Na vijf minuten ( die aanvoelen als een wortelkanaalbehandeling ) neemt hij gelukkig afscheid.
“We bellen snel, Geer!” roept hij.
Hij geeft me een klap op mijn schouder en loopt weg.
Ik stap in mijn auto.
Ik start de motor.
Ik staar voor me uit.
Wie in hemelsnaam was die gozer??
Ik woon in Grou.
Ik reed op de vrachtwagen.
En ik heb zojuist de beste acteerprestatie van mijn leven geleverd op de parkeerplaats van de Jumbo.
Mocht ik deze man ooit weer tegenkomen, dan verhuis ik naar Spanje.
Of ik neem een valse pruik mee tijdens het boodschappen doen.
Want één ding is zeker:
‘Mooie tijden’ moeten het zeker zijn geweest… al weet ik er niets meer van.
Gerard Krispijn.