Wie beweert dat "de ochtendstond goud in de mond heeft", is waarschijnlijk dezelfde persoon die met een glimlach op een Lego-blokje stapt. Om klokslag 8.00 uur de supermarkt betreden is geen efficiënte start van de dag; het is een collectieve zenuwinzinking met een winkelwagentje als rollator.

Daar sta je dan, voor de schuifdeuren. Je hoofd voelt alsof het gevuld is met natte kranten en je ogen staan zo diep in je kassen dat je jezelf met een zaklamp in de spiegel moet zoeken. De deuren zwaaien open met het geluid van een luchtsluis in een horrorfilm. Je stapt naar binnen en BAM: de geur van chloor en de wanhoop van een overwerkte tiener komt je tegemoet.

De winkel is op dit uur geen supermarkt, maar een obstakelrun voor masochisten. De paden zijn geblokkeerd door de Torens van Babel: metershoge rolcontainers die zo instabiel zijn dat als je één verkeerde beweging maakt met je piepende wagentje, je begraven wordt onder driehonderd pakken houdbare melk. De vakkenvullers zijn pubers die uitsluitend communiceren via onverstaanbaar gegrom. Als je vraagt waar de beschuit ligt, staren ze je aan alsof je vraagt om een nierdonatie in het Oud-Grieks.

En dan heb je de Gepensioneerde Commando’s. Deze mensen zijn levensgevaarlijk. Ze hebben de hele nacht in de startblokken gestaan en hebben nu één doel: de aller-aller-verste bloemkool uit de onderste bak vissen. Ze gebruiken hun wagentje als een stormram en parkeren hem met militaire precisie dwars in het gangpad. Terwijl jij wanhopig probeert te passeren, bestuderen zij de ingrediëntenlijst van een pot augurken alsof het de ontcijfering van de Da Vinci Code is.

Omdat je die zelfscan-apparaten principieel links laat liggen, eindig je bij de enige kassa waar nog een echt mens zit. Daar zit Beppie. Beppie heeft een blik in haar ogen die zegt: "Ik werk hier al sinds de ijstijd en ik ga voor niemand sneller."

Vóór je in de rij staat een mevrouw die blijkbaar haar hele keukenla aan verfrommelde kortingsbonnen heeft meegenomen. Ze ruikt naar mottenballen en triomf. Terwijl Beppie met de snelheid van een gletsjer elk bonnetje probeert te scannen — wat natuurlijk drie keer mislukt omdat de streepjescode bedekt is met jamvlekken uit 2014 — begint de winkelradio een vrolijke techno-versie van 'Leef' te draaien.
Het is de soundtrack van jouw totale mentale ineenstorting. Je staat daar te wankelen op je benen, terwijl je naar een display met chocoladerepen staart en je afvraagt of je hier ooit nog levend uitkomt.

Als je eindelijk buiten staat, met je tas vol spullen die je eigenlijk niet nodig had (want je kon niet bij de boter door een pallet met kattenbakvulling), voel je je een oorlogsveteraan. Het regent maar de vogeltjes fluiten, en jij wilt maar één ding: terug naar bed en doen alsof deze ochtend nooit heeft bestaan.
Gerard Krispijn