Laten we één ding vooropstellen: vrouwen hebben geen flauw idee. Zij "voelen zich wat gammel" en gaan ondertussen gewoon door met het vouwen van de was, het managen van een multinational en het rennen van een marathon.
Maar wat mij momenteel is overkomen? Dit is geen verkoudheidje. Dit is de Mannengriep. Een biologische oorlogsvoering in mijn eigen neusholte die de gemiddelde pandemie doet lijken op een milde hooikoortsaanval.Terwijl ik hier onder mijn fleece-dekentje lig – mijn laatste schuilplaats tegen de wrede wereld – voel ik hoe mijn lichaam langzaam opgeeft.
Mijn temperatuur is gestegen tot een angstaanjagende 37,4 graden. Voor een vrouw is dat "een beetje warm", voor de moderne man is dit het stadium waarin je de notaris belt om je collectie sneakers en de PlayStation te verdelen onder je erfgenamen.
Het onbegrip thuis is stuitend. Als ik met de laatste kracht in mijn stembanden om een kopje thee smeek (met extra honing, want mijn keel voelt alsof ik een cactus heb geprobeerd te slikken), krijg ik een rollende oogopslag terug. "Stel je niet zo aan, schat, het is maar een snotneus."Snotneus?! Vrouw, mijn immuunsysteem voert momenteel een Slag bij Waterloo uit in mijn bijholtes!
Elke keer als ik hoest, zie ik mijn hele leven in een flits voorbijtrekken. Ik heb zojuist met trillende vingers mijn testament aangepast: de hond krijgt de afstandsbediening, want hij is de enige die met oprechte empathie naar mijn lijden kijkt.Het ergste is de eenzaamheid van de stervende zwaan.
Ik lig hier, een gevallen adonis, een gevelde eik, terwijl de wereld buiten gewoon doorgaat. De postbode fluit, de buren lachen... beseffen ze dan niet dat de man die vorig jaar eigenhandig een IKEA-kast in elkaar zette nu niet eens de kracht heeft om de dop van de paracetamol te draaien?Ik vraag niet om veel. Alleen om totale stilte, een constante stroom van vloeibaar voedsel en misschien een standbeeld in de voortuin ter nagedachtenis aan deze opoffering. Want onthoud goed: als ik dit overleef – en die kans is volgens mijn eigen inschatting ongeveer 2% – dan ben ik niet zomaar een man. Dan ben ik een overlever.Maar voor nu... breng me nog een kussen.
En bel de pastoor. Ik voel weer een rilling.
Gerard Krispijn