Mensen vragen me weleens, meestal terwijl ze me aankijken alsof ik net een drol in hun koffie heb gedraaid: "Zeg, waar háál je die zure ongein toch vandaan?" Ze denken dat ik een soort duistere kelder heb waar ik dertig jaar oude krantenknipsels aan elkaar plak.
De waarheid is veel simpeler: ik hoef alleen maar mijn voordeur open te trappen en daar staat de inspiratie alweer in een fluorescerend hesje tegen een lantaarnpaal te schreeuwen.
Mijn inspiratiebron is namelijk de collectieve hersenbloeding die we 'de moderne samenleving' noemen. We leven in een tijd waarin mensen duizenden euro’s betalen aan een opruimcoach om hun sokken te leren vouwen, omdat ze zelf te druk zijn met het mentaal voorbereiden op een 'stiltewandeling' in het bos.
Een opruimcoach! Dat is een duur woord voor iemand die je vertelt dat je die kapotte frituurpan uit 1994 gewoon in de kliko moet flikkeren.
En heb je die figuren weleens gezien die een varken in een kinderwagen door de binnenstad duwen? Met een mutsje op?
We zijn als soort zo ver van de natuur afgedreven dat we knorrende karbonades gaan behandelen als de nieuwe Messias, terwijl we ondertussen op onze telefoon appen dat de vleesprijzen te hoog zijn. Het is wachten op de eerste vergunningsaanvraag voor een crèche voor goudvissen met verlatingsangst.
Maar de echte headliners van deze psychiatrische circustent zitten natuurlijk in Den Haag. Onze politiek is geen debatcentrum meer; het is een gesloten inrichting waar de patiënten de witte jassen hebben gestolen en nu met een stalen gezicht wetten aannemen over de kromming van een komkommer, terwijl het land achter hen letterlijk uit elkaar valt van de bureaucratie.
We worden bestuurd door mensen die nog geen koffiezetapparaat kunnen bedienen zonder een taskforce van twaalf consultants in te huren, maar wel denken dat ze de wereldorde kunnen herstellen met een tweet en een hippe selfie.
Het zijn droom-psychopaten die een motie indienen om te onderzoeken of we de wind niet kunnen belasten, omdat het anders 'oneerlijke concurrentie' is voor de zonnepanelen.
Het is een clubje gediplomeerde warhoofden die hun eigen veters niet kunnen strikken zonder een subsidie aan te vragen voor 'veterloze inclusiviteit'.
Mijn pen raakt nooit leeg, simpelweg omdat de mensheid elke dag weer met een verse lading stront komt aanzetten. Ik zit op de eerste rij van een voorstelling die eigenlijk allang door de politie beëindigd had moeten worden wegens openbare dronkenschap van de regie.
Maar ik blijf kijken. Want laten we eerlijk zijn: zolang er mensen zijn die een regenjas voor hun cactus kopen en politici die denken dat geld aan bomen groeit (mits die bomen gecertificeerd zijn door een EU-commissie), hoef ik me over mijn pensioen geen zorgen te maken.
Proost op de waanzin. Ik ga even kijken of de buurman zijn cavia al aan het dopen is in de regenton. Materiaal zat!
Gerard Krispijn