Schaapjes tellen en andere vormen van wiskundige marteling

Daar lig je dan. Het is 03:14 uur en je voert een diepgaand intern debat over de vraag of pinguïns knieën hebben . Welkom in de wondere, wazige wereld van de chronische slapeloosheid

Slapeloosheid is een bijzondere sport. Het begint rond 23:00 uur met goede voornemens en een kamillethee die smaakt naar vloeibaar gazon. Maar zodra je hoofd het kussen raakt, besluit je brein dat dít het ideale moment is om een volledige gedachre terug gang te doen van elk sociaal falen die je hebt gehad sinds 1998.

"Weet je nog dat je 'ja, jij ook " zei tegen de ober die zei dat je lekker moest eten? Laten we daar eens drie kwartier over gaan liggen malen."

Vanaf dat moment tikt de tijd weg als een tikkende tijdbom in een slechte actiefilm.

Je begint aan de Slaap Wiskunde: "Als ik nú in slaap val, heb ik nog vijf uur en twaalf minuten.
Oké, nu nog vier uur en acht minuten. Als ik morgenmiddag een dutje doe van negentien minuten, overleef ik de vergadering..." Spoiler alert: die wiskunde klopt nooit en je eindigt met de cognitieve vermogens van een geroosterde boterham.

Dan heb je nog de 'tips' van mensen die wel slapen. "Heb je al eens lavendel geprobeerd?" Luister, als een plantje mijn angst en de cafeïne van die 'laatste' koffie om 16:00 uur kon oplossen, dan lag ik nu in een coma van bloemetjesgeur.

Of de klassieker: "Je moet gewoon niet aan slapen denken." Dat is hetzelfde als tegen iemand die in brand staat zeggen dat hij even niet aan de hitte moet denken.

Rond 05:30 uur bereik je de fase van Gestoorde Creativiteit. Je plant een carrièreswitch naar alpaca fokker in Peru of je bedenkt een revolutionair concept voor een app die sokken koppelt na de was. Je voelt je een genie. Een doodvermoeid, trillend genie.

En dan, precies tien minuten voordat de wekker gaat, gebeurt het wonder: je wordt zwaar. Je oogleden veranderen in loden deuren. De matras voelt eindelijk als een wolk in plaats van een verzameling bakstenen. Je glijdt weg in een heerlijke, diepe... BIEP. BIEP. BIEP.

Je sleept jezelf naar de douche, kijkt in de spiegel en ziet een wasbeer met een identiteitscrisis terugkijken. Maar hé, je weet nu wel alles van pinguïnknieën.

Gerard Krispijn.