Luister, we hebben allemaal die ene vriend. De man die vroeger met zijn blote handen een lauwe kebab van het trottoir zou vissen, maar nu leeft in een regime dat strenger is dan de gemiddelde IC-afdeling. Waarom? Hij is getrouwd met de Koningin van de Chloor, een vrouw die een stofmijt kan horen ademen op drie kilometer afstand.

Zijn leven is geen huwelijk meer; het is een fulltime militaire operatie onder leiding van een generaal met een spuitbus Dettol. Bij hen over de drempel stappen is geen sociaal bezoek, het is een vrijwillige quarantaine. Je schoenen moeten uit nog voordat je de bel hebt aangeraakt—en die schoenen worden vervolgens in een soort luchtdichte sluis geplaatst alsof ze besmet zijn met een miltvuurvariant uit de Koude Oorlog.

Binnen ruikt het niet naar appeltaart of gezelligheid, maar naar een industriële chemische lekkage. De luchtverfrisser staat standaard op de stand 'Steriele Operatiekamer'. Die arme vriend van me is inmiddels een schim van zichzelf. Hij mag pas op de bank zitten als hij gedoucht is en zijn officieel goedgekeurde 'binnenshuis-uniform' aanheeft.

Hij bedient de tv met een afstandsbediening die permanent in een Ziploc-zakje woont; hij zapt nu door een laag plastic heen alsof hij een cruciaal bewijsstuk in een moordzaak hanteert.
Zijn dagelijkse gang naar de wc is geen privémoment, maar een logistieke nachtmerrie. Hij moet de bril reinigen met een alcoholpercentage waar een Russische havenarbeider blind van zou worden. Pas als de ruimte blauw ziet van de chloordampen, mag hij 'landen'.

En wee je gebeente als hij met boodschappen van de Albert Heijn thuiskomt. Elk pak melk en elk potje pindakaas krijgt eerst een 'full body scan' met een desinfectiedoekje. Hij staat letterlijk zijn appels te polijsten met antibacteriële spray.

Als jij als visite langskomt, ziet zij geen vriend, maar een wandelende biohazard. Ze volgt je met een Swiffer zoals een sluipschutter zijn doelwit volgt. Zodra jij je kont drie centimeter van de bank tilt, wordt die plek direct 'gesaneerd'. Je voelt je geen gast, maar een lekkende olietanker in een kwetsbaar natuurgebied.
Zelfs de romantiek is een protocol geworden. Je denkt aan passie, zij denkt aan de kruisbestuiving van micro-organismen. "Schat, zullen we..." wordt direct gevolgd door: "Heb je je handen wel drie minuten gewassen met Unicura en de deurklink alleen met je elleboog aangeraakt?" Tegen de tijd dat hij door de kwaliteitscontrole is, is de zin hem wel vergaan.

Die man leeft niet in een huis, hij leeft in een geplastificeerd museum voor pathologie. Een wit uitgeslagen mausoleum waar gezelligheid is verboden omdat 'sfeer' niet afneembaar is met een microvezeldoekje.

Maar hé, als de wereld vergaat door een nieuwe super-bacterie, is hij de enige overlevende. Weliswaar met volledig weggecorrodeerde slijmvliezen door de Febreze-dampen, maar wel hartstikke hygiënisch.
Gerard Krispijn