Daar lig ik dan. Eindelijk het middelpunt van de belangstelling, en ik kan er niet eens van genieten. Mijn kist is van het mooiste eikenhout – duurder dan mijn hele schrijverscarrière bij elkaar heeft opgeleverd – en ik lig erbij alsof ik elk moment een staande ovatie in ontvangst kan nemen.
Ik dacht: dit wordt fantastisch. Als een onzichtbare geest toekijken hoe de tranen over de wangen biggelen terwijl men citeert uit mijn legendarische columns. De ultieme emotionele loutering.Nou, de werkelijkheid is een stuk emotioneler, maar niet zoals ik had gehoopt. Ik ben vooral emotioneel geraakt door het stuitende gebrek aan smaak van mijn zogenaamde vrienden en familie.
Achterin de aula zitten de azijnpissers al warm te draaien. "Jezus man," fluistert mijn zwager, die in zijn hele leven nog geen achterkant van een folder heeft gelezen, tegen mijn zus. "Wat een flauwe columns schreef die gast eigenlijk altijd hè? Totaal niet grappig."Mijn zus knikt, met een blik vol gespeeld medelijden. "Ja, echt hè? Hij dacht zó erg dat hij grappig was. Die column over de hondenpoep... tenenkrommend. Maar ja, we lieten hem maar in die waan. Het hield hem van de straat."Au. Die kwam binnen. Zelfs zonder hartslag doet dat pijn. Die column was een vlijmscherpe, gelaagde satire op de hypocrisie van de moderne samenleving! Ik heb er nachten aan gesleuteld om de cadans perfect te krijgen! En zij zagen alleen maar een mislukte grap over poep. Wat een ondankbaar publiek.
Dan loopt mijn beste vriend naar voren. Dit wordt het moment, denk ik. Hij gaat me verdedigen. Hij pakt de microfoon en kijkt met vochtige ogen de zaal in. "Hij was een loyale vriend," begint hij snikkend. Prachtig. Emotioneel. "Maar laten we eerlijk zijn... schrijven kon hij voor geen meter. Hij was de enige die lachte om zijn eigen stukjes. Hij nam zichzelf zo serieus, maar de columns waren gewoon... flauw."De hele zaal schiet in de lach. Een collectieve zucht van verlichting gaat door de aula. Eindelijk durft iemand het hardop te zeggen.Daar lig je dan. Machteloos. Je wilt schreeuwen dat humor subjectief is! Je wilt ze uitschelden voor cultuurbarbaren! Maar je ligt roerloos stil.
Het is een bizarre mix van intens verdriet en diep snijdend sarcasme. Ze missen me wel, dat zie ik aan de betraande gezichten. Maar ze missen blijkbaar níét mijn wekelijkse hersenspinsels.Weet je wat? Bekijk het ook allemaal maar. Die column over die hondenpoep was wél steengoed. Ik lach hier boven (of beneden) wel in mijn eentje verder. Want ik was tenminste wél grappig.
Gerard Krispijn