Welkom in het Europa van 2026, waar de realiteit inmiddels zo ver van de vergadertafels in Brussel afstaat, dat ze daar waarschijnlijk denken dat we hier beneden polonaiselopend de inflatie vieren.
Onze bestuurders hebben een uniek talent: beleid maken dat op papier glanst als een pas gepoetste Tesla, maar in de praktijk aanvoelt als een natte krant die met 100 kilometer per uur in je gezicht wordt geslagen.
We lopen over. En nee, dat is geen "populistische mening", dat is een simpel rekensommetje waar zelfs een gemiddelde goudvis de uitkomst van ziet. Onze zorgmedewerkers rennen zich de vernieling in voor een hongerloontje, terwijl de wachtlijsten voor de GGZ inmiddels langer zijn dan de wekelijkse file voor de milieustraat.
Maar geen paniek: de belastingdruk stijgt dapper mee! We betalen ons blauw voor de ‘publieke zaak’, maar op straat zie je vaker een slimme flitspaal dan een agent van vlees en bloed. Veiligheid is blijkbaar ook gedigitaliseerd; als je tegenwoordig beroofd wordt, kun je vast wel een app downloaden die een troostend AI-muziekje afspeelt terwijl je je aangifte in een zwart gat typt.
Het mooiste is nog de dubbele moraal, die we tegenwoordig als een soort Europees sieraad dragen. Van de burger wordt geëist dat hij elke letter van de wet droomt, zijn stikstofuitstoot beperkt tot een beschaafd kuchje na het eten, en braaf wacht op zijn programmeerbare euro-enkelband.
Maar ondertussen kijken diezelfde beleidsmakers met een peperduure verrekijker de andere kant op als het gaat om het Verdrag van Dublin. "Grenzen?" vragen ze dan verbaasd. Dat zijn toch die lijntjes op de kaart waar drommen mannen van militaire leeftijd fluitend overheen stappen nadat ze twintig veilige landen hebben doorkruist? In de volksmond noemen we dat "shoppen voor voorzieningen", maar in Brussel heet dat waarschijnlijk ‘inclusieve mobiliteit met een kans op een gratis woning’.
Ondertussen krijgen wij de rekening van een feestje waar we niet eens voor zijn uitgenodigd, laat staan dat we de playlist mochten bepalen. Onze kinderen dromen niet meer van een eigen huis; die dromen van een bezemkast onder de zevenhonderd euro waar je niet met z’n vieren op één matras hoeft te liggen. Maar goed, we redden het wel, toch? Of nou ja, eigenlijk trekken we het voor geen meter meer. De ‘rattenval’ van regels, lasten en bureaucratische waanzin klapt langzaam dicht, terwijl de sleutelbewaarders in Den Haag te druk zijn met hun eigen imago op LinkedIn om te zien dat het schip water maakt.
Misschien moeten we ze in Brussel eens een ansichtkaart sturen uit de echte wereld. "Groetjes uit de realiteit! Het water staat ons aan de lippen, maar de vloer is tenminste dweil-vriendelijk."
Want een systeem dat de eigen fundamenten laat wegrotten terwijl het de rest van de wereld de les leest, eindigt uiteindelijk als een kaartenhuis in een herfststorm.
Gerard Krispijn