Laten we eerlijk zijn: de jeugd van tegenwoordig heeft het maar saai. Ze eten bijna geen suiker, zeuren om 'vegetarische snacks' en hun snoep zit verpakt in kinderveilige zakjes.dat was heel anders in de jaren 60 en 70 .

Snoep kopen was toen geen gewoonte het was een gevaarlijke sport. Met één enkele stuiver stapte je de snoepwinkel binnen, klaar om je gebit te laten verzieken voor een papieren puntzak vol avontuur.

De absolute koning van de kaak verpester was de zoethoutstok. Je betaalde een cent voor wat feitelijk een dode tak was. Daar ging je dan: urenlang kauwen op een droog stuk hout tot de splinters tussen je tanden hingen en je mondhoeken zwart waren

En wie herinnert zich de stroopsoldaatjes nog? Die houten stokjes met een klomp keiharde, bruine suiker eraan. Je moest eigenlijk likken . Maar wij waren ongeduldig, dus we beten. Gevolg: je hele kaak zat muurvast op elkaar gelijmd. Je kon twintig minuten lang niet praten .

Snoep was in die tijd ook een lifestyle keuze. We liepen massaal rond met snoepkettingen. Na drie minuten kauwen was het elastiekje doordrenkt met warm speeksel, maar dat hield ons niet tegen om de laatste chemische poederringetjes er vanaf te scheuren. En natuurlijk waren we ontzettend 'stoer' met onze chocolade en suikersigaretten. Met een nuffig gezicht hielden we zo’n wit staafje met een rood geverfd puntje vast. Je voelde je James Bond, tot de buurvrouw riep dat je je snotneus moest afvegen

 

.Het absolute hoogtepunt van plezier was de kauwgom met plaktattoos. De kauwgom zelf smaakte na exact drie seconden naar droog karton, dus die spuugde je direct uit. Het ging om de tattoo. Met een flinke klets spugen op je onderarm wrijven, papier er voorzichtig afpellen... en ja hoor een mislukte, half vervagde afbeelding van een piraat die er na één wasbeurt uitzag als een besmettelijke uitslag. Prachtig.

Vandaag de dag zouden deze suikerbommen direct verboden worden door de Gezondheidsraad. Maar wij overleefden het. Inclusief de vullingen die de tandarts er later zonder verdoving in moest boren. Als we nu een ouderwets zwart witje of een salmiakbrok tegenkomen, glimlachen we. Onze tanden protesteren meteen, maar onze nostalgische buik lacht mee.

Gerard Krispijn