Daar zat ik dan. Op een bankje in het dorpspark, de hond aan mijn voeten en een kersvers besluit in mijn hart: ik blijf in Nederland. Ik ga de strijd aan tegen de waanzin.
Ik keek strijdvaardig naar de eendjes en voelde me een soort Willem van Oranje, maar dan met een poepzakje in mijn hand. De hond zuchtte eens diep, alsof hij wist dat we geschiedenis gingen schrijven. Maar de kosmos had een ander plan.
Voor mijn bankje kwam de Heilige Drie-eenheid van de deugd tot stilstand. Nel, Frans en een derde die instemmend knikte bij elke zucht die er ontsnapte. Nel trapte af. Ze was zó blij met haar booster. Waarom? Omdat de buurman had gehoest. In de tuin. In de buitenlucht, gescheiden door een schutting, drie meter border en een gezonde Hollandse wind. Blijkbaar was dat virus uitgerust met een hittezoekende raket om precies bij Nel naar binnen te vliegen.
Maar Nel was de wetenschap te slim af geweest; ze voelde zich nu onkwetsbaar voor de 'tuin-bacillen' van de overkant. Ik keek naar mijn hond. De hond keek met een schuin oog naar Nel en besloot dat een vlieg vangen zinvoller was dan dit gesprek volgen.
Maar toen kwam Frans. Frans, de man die zijn elektrische auto waarschijnlijk met een zijden handschoentje wast. Zijn logica was echter de definitieve nekslag voor mijn gezonde verstand. "Ik hoop echt dat de benzine meer dan tien euro per liter gaat kosten," zei hij met een blik van diepe, morele tevredenheid.
Ik verstijfde. Tien euro? "Ja," vervolgde Frans glunderend, "want hoe meer mensen zich blauw betalen aan de pomp, hoe sneller ze van de weg verdwijnen. Dat moeten ze er maar voor over hebben. Je doet het tenslotte toch voor het klimaat." Hij zei het zonder blikken of blozen. Hij wenste zijn medemens een faillissement toe aan de pomp, Op dat moment hoorde ik een luidruchtig 'krak' in mijn bovenkamer.
Dat was mijn laatste beetje strijdlust dat definitief doormidden brak. Hoe vecht je tegen een wereldbeeld waarin een hoest in de tuin een nationale dreiging is en waarin je hoopt op een literprijs van een tientje om je eigen morele superioriteit te vieren? Dit is geen politiek meer; dit is een collectieve psychose met een oplaadkabel.
Ik ben opgestaan, heb de hond meegesleept en ben in één rechte lijn naar huis gelopen. Ik ga niet meer vechten. Ik ga inpakken. Deze week nog zoek ik een berg op. Een hele hoge, eenzame rots waar de enige 'booster' de ijle berglucht is en waar de enige vloeistof die tien euro kost een goede fles wijn is bij de open haard.
Als je me zoekt: ik zit boven de boomgrens. Zonder Nel, zonder Frans, en vooral heel ver weg van de logica van de polder.
Gerard Krispijn