Het is lente, de zon schijnt, en u denkt waarschijnlijk aan vakantie. Maar ik raad u aan om de barbecue uit te zetten en de televisie aan te zetten.

De parlementaire enquêtecommissie Corona heeft namelijk de beste comedy van de afgelopen jaren geproduceerd. Als u dacht dat een verhoor onder ede gepaard gaat met angst, zweet en opbiechten, dan heeft u buiten onze politieke elites gerekend. Daar is de eed namelijk geen moreel kompas, maar een startschot voor een wedstrijdje: “Hoe lieg ik het overtuigendst?”

Laten we beginnen met de absolute nummer één van deze verhoorslapstick. Men liegt dat het gedrukt staat, maar dan wel met een zuur sausje. Vroeger heette dat gewoon “het omdraaien van de waarheid”, maar anno 2026 hebben de getuigen de kunst van het selectieve geheugenverlies tot kunst verheven. Het is werkelijk onvoorstelbaar.

Zodra er een kritische vraag over een ic-bed of een mondkapjesdeal wordt gesteld, treedt er een acute, collectieve hersenbeschadiging op bij de getuigenbank. “Actieve herinnering?” Hou maar op. Het geheugen van de gemiddelde oud-bewindspersoon blijkt het geheugen te hebben van een goudvis met een kater. Men spreekt elkaar tegen, kijkt erbij alsof ze net hebben gehoord dat we nooit op de maan zijn geweest, en wandelt daarna fluitend de zaal uit. Je zou bijna bewondering krijgen voor zoveel elastische ethiek.

Maar het wordt nog mooier. U vraagt zich misschien af hoe die getuigen zo koelbloedig blijven onder die “kritische vraagjes”. Nou, dat is niet zo moeilijk als je de antwoorden al maanden geleden in je mailbox hebt ontvangen. Het is gebleken dat de kritische vragen van tevoren zo uitgebreid zijn gedeeld, dat de verhoren meer weg hebben van een slecht toneelstuk dan van een vlijmscherp onderzoek.

De commissie deelt de vragen uit, de getuigen huren een leger aan advocaten en mediatrainers in, en voilà: een perfect ingestudeerd toneelspel van gladde antwoorden. Het is alsof je de docent vóór het examen om de antwoorden vraagt, de toets maakt, een 10 haalt en dan roept: “Kijk eens hoe eerlijk en slim ik ben!”

Achter die ingestudeerde glimlachen ging destijds trouwens een gezellige overheidscultuur schuil. Critici, zoals het Red Team, mochten destijds best langskomen voor een bakkie sterke pleur, maar dat bleek achteraf puur theater. Een politieke bliksemafleider. “Kijk, we praten met de critici!” En zodra de deur dichtging, werden hun rapporten direct in de versnipperaar gegooid omdat het politiek niet lekker uitkwam. Als je niet meepraatte met de polonaise, deed je simpelweg niet mee.

En waar verschool men zich achter? Juist, “De Wetenschap”. De wetenschap werd destijds misbruikt als een soort politieke muur. Ministers riepen dat ze blind de experts volgden, terwijl de experts nu huilend achter de microfoon toegeven dat ze door diezelfde ministers onder druk werden gezet om hun adviezen zó te veranderen dat de lockdown er politiek makkelijk doorheen gedrukt kon worden. Het is de “jij bent hem”-tactiek: “Ik doe dit omdat de expert het zegt, en de expert zegt het omdat ik hem dwing.”

Het pijnlijkste is dat we nu horen dat al die besluiten die ons leven platlegden, zijn genomen op basis van... tja, giswerk. De informatievoorziening was destijds zo lek als een mandje. Data over ic-capaciteit werd blijkbaar bijgehouden op de achterkant van een bierviltje. We hebben maandenlang binnen gezeten na de avondklok op basis van aannames, angst en PowerPoint-gelul dat door een stagiair in elkaar was gedraaid.

Het is theater in de puurste vorm. De commissie stelt vragen, de getuigen herinneren zich niets, de documenten zijn zwartgelakt en de burger kijkt verbijsterd toe. Het enige dat we tot nu toe écht hebben geleerd van deze verhoorklucht? Als je maar genoeg dure adviseurs inhuurt, is de waarheid ook gewoon maar een mening.

Gerard Krispijn