Laten we even een moment stilte houden voor de generatie die is opgegroeid vóór de uitvinding van de ‘vochtige doekjes’. Wij, de overlevers van de jaren ’70 en ’80, werden namelijk niet schoongemaakt met een dermatologisch geteste aloë vera-tissue. Nee, wij werden gepolijst met het gevaarlijkste wapen uit de moederlijke arsenaal: de Stoffen Zakdoek.
De ceremonie begon altijd op een onbewaakt moment. Je stond net lekker te dromen bij een etalage, toen je moeder een vlekje op je wang ontdekte. "Kijk nou eens hoe je erbij loopt," zuchtte ze. Dan hoorde je het: het geritsel van een handtas die dieper was dan de Grand Canyon.
Tussen de pepermuntjes vol pluisjes, de zware sleutelbos en drie oude kassabonnen kwam hij tevoorschijn. Een geblokte, katoenen lap die al drie dagen dienst deed als opvangbak voor diverse gezins-snotjes en die inmiddels de stijfheid had van een stuk schuurpapier (korrel 40).
Maar de echte horror was de vloeistof. In een tijd waarin we nog dachten dat asbest prima dakbedekking was, werd er niet gezocht naar een kraan. Nee, moeder gebruikte het meest universele oplosmiddel ter wereld: eigen spuug.
Met een geluid dat het midden hield tussen een ronkende motor en een naderende onweersbui, bracht ze een flinke klodder speeksel aan op de punt van de zakdoek. "Even stilstaan," zei ze, terwijl ze je hoofd in een bankschroefgreep nam.
Wat volgde was geen zachte reiniging, maar een chirurgische ingreep zonder verdoving. Ze boende alsof ze een roestige fietsketting probeerde te laten glimmen.Terwijl de bacteriën van drie generaties over je wang werden uitgesmeerd, rook je de vage mix van haar ochtendkoffie en de menthol van haar eigen verkoudheid. Je hield je adem in, in de hoop dat je geen blijvende huidbeschadiging zou oplopen of – erger nog – dat een klasgenoot dit zag.
Als ze klaar was, keek ze tevreden naar het resultaat. "Zo, weer een fris gezichtje." Dat je wang inmiddels de kleur had van een rijpe tomaat en je DNA nu definitief versmolten was met dat van de zakdoek, deed er niet toe. Je was weer toonbaar voor de buitenwereld.
Nu, jaren later, grijpen we bij de minste vlek naar een desinfecterend doekje dat 99,9% van de bacteriën doodt. Hygiënisch? Zeker.
Maar stiekem missen we die stijve zakdoek. Want ondanks de bacteriën en het schuurwerk, zat er in die klodder spuug één ingrediënt dat geen enkel vochtig doekje kan nabootsen: de onverwoestbare, tikkeltje onsmakelijke, moederliefde.
Gerard Krispijn