Vroeger was de wereld een levensgevaarlijke plek. Tenminste, als ik mijn opa en oma mocht geloven. Wij groeiden niet op met wetenschappelijke opvoeding maar met een arsenaal aan dreigementen die ergens tussen een sprookje van Grimm en een horrorfilm in zaten.
Neem nu de klassieker: de klok van twaalf. Volgens de overlevering was dat het magische moment waarop de tijd even stilstond. Trok je op dat exacte moment een gekke bek? Pech gehad. Dan bleef je de rest van je leven rondlopen met je tong op je kin en je neusvleugels wijdgeperst. Ik herinner me dat ik als kind rond dat middaguur altijd angstvallig mijn gezicht in een neutrale plooi hield, bang dat ik voor eeuwig als een mislukte krentenbol door het leven zou moeten.
En dan had je de keuken-mystiek. "Wat eten we?" was een vraag die altijd werd beantwoord met "Hussen met je neus ertussen." Tot op de dag van vandaag heb ik geen idee wat een 'hus' is, maar de gedachte dat mijn neus tussen het avondeten belandde, hield me wel even rustig.
Als ik dan toch bleef zeuren, werd me vriendelijk verzocht om een "ander kosthuis" te zoeken. Ik was zeven. Ik had geen idee waar ik een kosthuis moest vinden dat gespecialiseerd was in patat met appelmoes dus ik at mijn bloemkool maar braaf op.
Maar het gevaar hield niet op bij de opvoeding; het universum zelf leek tegen ons samen te spannen. Het noodelot loerde namelijk in elk hoekje van de kamer
. Liet je per ongeluk het zoutvaatje over de tafel rollen? Of morste je zout?. Dan kwam er ruzie. De enige manier om een ruzie te voorkomen, was door direct een snufje zout over je linkerschouder te keilen, recht in de ogen van de duivel. Ik heb heel wat korrels in de ogen van mijn broertje gegooid, maar hey, er kwam geen ruzie.
Buiten was het overigens niet veel veiliger. Een ladder tegen de muur was geen stuk gereedschap, maar een portaal naar de ondergang waar je met een grote boog omheen liep.
En kwam er een zwarte kat van links? Dan kon je de dag eigenlijk wel afschrijven. We leefden in een constante staat van paraatheid. Zag je een spin in de morgen? Dan was het "zorg en zorgen" en kon je maar beter weer in bed kruipen. Zag je er een in de avond? Dan mocht je blijkbaar een feestje vieren.
Zelfs geluk dwingen was een hele dagtaak. Vond je een hoefijzer, dan moest die met de opening naar boven hangen. Want als je hem op zijn kop hing, liep het geluk er aan de onderkant weer uit als goedkope limonade. Wat dacht je van het afkloppen op ongeverfd hout en het zoeken naar klavertjes vier.?
Achteraf gezien waren al die regeltjes een vorm van creatieve crowd control. We luisterden niet uit respect, maar uit pure verwarring en een gezonde dosis bijgeloof.
En ach, als ik nu in de spiegel kijk en die rimpels zie, denk ik soms: misschien is het klokje van twaalf toch een keer gaan slaan terwijl ik een gekke bek trok of heb ik ergens een ladder over het hoofd gezien.
Gerard Krispijn
Ik hoop dat je mijn colums op prijs stelt.
Wil je mij supporten zodat ik dit kan blijven doen?
Dan is elke donatie welkom.