Heeft iemand de afsluiting van het D66-congres gezien?

Ik schakelde wat laat in en dacht werkelijk een seconde,

Verdomme, wat leuk. Knoop in je Zakdoek is terug.

Ik zag mensen bewegen, klappen, lachen en enthousiast doen en zat met mijn afstandsbediening in mijn hand te wachten tot iemand een polonaise inzette of een blokfluit uit zijn binnenzak trok.

Maar nee.

Dit waren geen deelnemers aan een vergeten televisieprogramma uit 1983.

Dit waren mensen die in de Tweede Kamer hebben gezeten, minister zijn geweest, bestuurder zijn, adviseur zijn of op een andere manier meedraaien in de bestuurlijke bovenlaag van Nederland.

En dan vraag ik mij dus serieus af: Vinden jullie dit zelf normaal?

Staan jullie daar en denken jullie: “Zo. Dat zag er waardig uit. Daar kan een land met zeventien miljoen inwoners met een gerust hart achteraan lopen.”

Want ik zat thuis half versuft naar het scherm te kijken alsof iemand per ongeluk de eindejaarsmusical van groep acht had uitgezonden op het politieke kanaal.

En ergens tijdens zo'n uitzending komt bij mij onvermijdelijk de gedachte op: Dit zijn dus de mensen die besluiten nemen over miljarden, oorlog, belastingen, energie, wonen en onze toekomst.

Dezelfde mensen.

Ik vind dat fascinerend.

Ik vertrouw mijzelf nauwelijks met de afstandsbediening als ik na twee flessen wijn Heel Holland Bakt kijk maar deze mensen mogen zonder begeleiding een landsbegroting aanraken.

En toen kwam de klap op de vuurpijl.

Rob Jetten.

Onze minister-president.

De man die normaal gesproken praat alsof ieder woord eerst door drie communicatieadviseurs, twee juristen en een klimaatneutrale vaatwasser is gehaald, besloot ineens de verbale sportschool binnen te lopen.

Mensen die rechten van minderheden aanvallen?

Die gingen ze volgens hem “vol op hun bek slaan.”

Pardon?

Ik keek nog eens goed.

Had iemand tijdens de borrel per ongeluk Red Bull in de spa rood gedaan?

Want ineens stond daar niet de keurige bestuurder die je verwacht bij een partijcongres, maar ome Rob uit de voetbalkantine die na zes pilsjes zijn trainingsjack uittrekt en roept:

“Hou me tegen, Henk!”

.

Maar zijn grote mond zag je een dag erna niet meer. Ik denk dat hij diezelfde avond tijdens een uit de hand gelopen SM-spelletje hangend aan een plafondhaak met een rode bal in zijn bek nog even fijntjes werd herinnerd aan het verschil tussen stoere taal en daadwerkelijke spierkracht.

De volgende dag trok hij zijn woorden in. Kijk, zelfreflectie kan dus tóch snel gaan.

Wanneer ik naar sommige politieke bijeenkomsten kijk, krijg ik steeds vaker het gevoel dat Nederland niet wordt bestuurd.

Het wordt begeleid.

Door een activiteitencommissie van een psychiatrische afdeling.

Gerard Krispijn