Hebben jullie dat nu ook weleens?

Of heb ik echt een of andere natuurlijke aantrekkingskracht voor voor zulke mensen,?

De Wandelende Wachtkamer

Je zit in het park.

De zon schijnt, de vogeltjes fluiten en ik probeer te genieten van een moment van pure rust. Heerlijk.

Totdat de Zwaartekracht der Pure Ellende toeslaat.

Er zijn altijd meerdere vrije banken in het park, maar de man met de meest smerige verzameling fysieke ongemakken kiest altijd de plek naast mij.

Binnen twee minuten verandert de middag in een live-uitzending van Medische Aanstekelijkheid. Sommige mensen stralen rust uit, anderen stralen wijsheid uit. En ik straal blijkbaar ‘gratis inloopspreekuur’ uit.

“Mooi weer, hè?” is tegenwoordig geen openingszin meer, maar de opening van een medisch dossier.

Voor ik het wist, zat ik op de eerste rang bij de Grote Ontstekingsshow. De man naast me begon direct over een ziedende steenpuist. En daar bleef het niet bij. Het absolute hoogtepunt — of dieptepunt — was het moment waarop hij, zonder een spoortje schaamte, zijn complete kunstgebit uit zijn mond liet floppen om mij zijn tandvleesabces te tonen.

Daar zit je dan, met je gezonde verstand en je net gekochte broodje, te kijken in de mondholte van een wildvreemde.

Het is echt onvoorstelbaar. Waarom hebben deze mensen geen partners, kinderen of buren om tegenaan te zeiken? Is de partner de constante updates over ontstoken lichaamsdelen zat, waardoor ze het park in worden gestuurd om wildvreemden een trauma te bezorgen?

Toevallig keek ik naar beneden. Daar hingen twee blote voeten in sandalen. Niet omdat het zo warm was, nee: zijn ingegroeide, zwaar ontstoken teennagel was zo gevoelig dat zelfs een sok al te veel pijn deed.

De man deelde zijn medische geschiedenis met de nuchterheid van een weersvoorspelling, terwijl ik alleen maar dacht: waarom moeten ze míj altijd hebben?

Blijkbaar heb ik een aura dat schreeuwt om een stethoscoop.

De volgende keer dat ik naar het park ga, neem ik een witte jas mee en vraag ik honderdvijftig euro consultkosten per kwartier. Kijken hoe snel die sandalen weer aan de wandel gaan.

Of ik moet de volgende keer iets verzinnen over een of andere bilnaadschimmel waar ik last van zou kunnen hebben en vragen of hij even wil kijken